Freelance journalist
Het lijkt wel of mannen steeds later volwassen worden. Ze wonen als late twintigers nog steeds bij hun ouders en zetten hun zorgeloze studentenleventje voort. Wat is er aan de hand met de man van de 21ste eeuw?
Je kent ’m vast. Hij woont nog bij zijn ouders, speelt games in zijn onopgeruimde zolderkamer, rookt wiet in een joggingbroek, drinkt in de kroeg zorgeloos bier met zijn vrienden en bindt zich aan niets of niemand. Hij is ouder dan 25. Ouder dan 30. Ouder dan 40, soms. Een volwassene ook zeker niet — dus wat is hij dan wel?
De Amerikaanse psychoanalyticus Dan Kiley publiceerde in 1983 The Peter Pan Syndrome: een boek dat de slabakkende man treffend omschreef als een eeuwige Peter Pan. Iemand die ondanks zijn leeftijd geen verantwoordelijkheden op zich wil nemen en geen keuzes kan maken die hem in zijn beleving beperken. Het ‘syndroom’ staat niet als stoornis in de DSM, maar het archetype ‘kind-man’ is overal te vinden.
Volgens Gerrit Breeuwsma, ontwikkelingspsycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen, geven mannen zichzelf steeds langer de tijd. De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Arnett vroeg om de zoveel jaar aan jonge mannen op welke leeftijd ze dachten volwassen te zijn. Vrouwen komen nu gemiddeld uit op 31 jaar. Mannen presteren het om te denken dat ze tot 42 jaar eigenlijk nog tot de jeugdfase behoren.
Breeuwsma wijst op een ontwikkeling die al langer gaande is. “Sinds de late middeleeuwen is de kindertijd als stadium steeds meer losgetrokken van de volwassenheid. Tot in de middeleeuwen werd er nauwelijks onderscheid gemaakt tussen kinderen en volwassenen. Zodra ze ook maar enigszins op eigen benen konden staan — vanaf ongeveer het zevende levensjaar — werden ze opgenomen in het volwassen leven.”
Twintigers wonen vandaag vaker thuis dan tien jaar geleden. In Nederland steeg dit percentage van 10 naar 18 procent, in België zelfs van 21 naar 35 procent. In Kroatië woont zelfs 86 procent van de mannen tussen de 25 en 30 jaar nog bij de ouders. Vrouwen presteren ondertussen beter op school en studeren eerder af. Een man die hen voorziet van kleding of onderdak is overbodig.
De Amerikaanse socioloog Kay Hymowitz stelt in Manning Up (2012) dat de zelfredzaamheid van jonge vrouwen ontregelend werkt voor mannen en hen lethargisch maakt. Mannen zouden niet meer weten wat ze moeten doen — de noodzaak om snel carrière te maken ontbreekt, nu vrouwen hun eigen boontjes wel doppen.
Er is nog een verklaring voor de uitgestelde volwassenheid: we leven steeds langer. “Vroeger was trouwen de enige manier om een eigen huis te hebben, geregeld seks te hebben, en noem maar op”, aldus Breeuwsma. “Nu legt je moeder bij wijze van spreken drie smaken condooms onder je kussen, en de volgende ochtend staat de jus d’orange klaar. Dat maakt de keuze voor autonomie en zelfstandigheid ingewikkelder.”
Misschien is dat uiteindelijk het grote probleem: de Peter Pannen van nu willen niet kiezen. Wie kiest, die verliest, en op de groezelige zolderkamer lijkt de echte wereld nog ver weg. Gelukkig duurt het leven, net als de adolescentie, ook steeds langer.